De Staat handelt niet onrechtmatig door gebruik van PCR-test

Deze bijdrage over het wel of niet onrechtmatig handelen van de Staat door gebruik van PCR-test verscheen op 15 december op De Jurist.

16 December 2020

Publication

Op 9 december jl. heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag in een door Stichting Viruswaarheid aanhangig gemaakt kort geding geoordeeld dat de maatregelen tegen het coronavirus weliswaar een ernstige inbreuk maken op de grondrechten van burgers, maar dat de wijze waarop de Staat gebruikmaakt van de PCR-test - de meest gebruikte test op de GGD-testlocaties - geoorloofd is. Ook communiceert de overheid niet op onrechtmatige wijze over de testresultaten.

De voorzieningenrechter wijst allereerst op de grote mate van beleidsvrijheid van de Staat. Gezien die beleidsvrijheid ligt alleen ter beoordeling voor of de Staat in redelijkheid kan handelen zoals hij doet.

De vraag die daarbij centraal staat, is of de PCR-test in strijd met de voorschriften van de fabrikanten of de CE-certificering wordt gebruikt, en of de testresultaten om die reden onbetrouwbaar zijn. Wat dat betreft stelt Viruswaarheid dat de PCR-test wordt gebruikt voor diagnosestelling, terwijl dat volgens de voorschriften van de fabrikanten niet kan. De diagnose dat iemand daadwerkelijk Covid-19 heeft, kan volgens de stichting alleen door een arts worden gesteld.

De voorzieningenrechter stelt vast dat tussen partijen inderdaad niet in geschil is dat alleen een arts de diagnose Covid-19 mag stellen. Daar gaat ook de Staat van uit. De PCR-test kan bij het stellen van die diagnose echter wel een ondersteunende rol vervullen. Anders dan Viruswaarheid meent, wordt de PCR-test in het testbeleid van de Staat niet in strijd met dit uitgangspunt gebruikt. De PCR-test wordt slechts gebruikt om de aanwezigheid van het coronavirus op te sporen, precies waarvoor de test volgens de fabrikanten is bedoeld.

Daarnaast heeft de Staat voldoende aannemelijk gemaakt dat de PCR-test betrouwbaar genoeg is om te worden ingezet bij het testbeleid. De PCR-test wordt internationaal gezien als 'gouden standaard' en veel andere staten hanteren een vergelijkbaar testbeleid. Mede gelet op die algemeen aanvaarde betrouwbaarheid van de PCR-test heeft de Staat in redelijkheid kunnen besluiten de PCR-test in te zetten.

Dat de Staat de onzekerheid die de test vanwege de (geringe) kans op fout-positieve en fout-negatieve uitslagen in zich draagt voor lief neemt, is te begrijpen. Immers is gesteld noch gebleken is dat er voor het testen op de aanwezigheid van het coronavirus op zo grote schaal een ander goed alternatief beschikbaar is.

Ook de communicatie is niet onrechtmatig

Ook wat betreft de overheidscommunicatie komt de Staat een grote mate van vrijheid toe. Het staat de Staat daarbij uiteraard niet vrij om onjuiste informatie te verspreiden of mensen bovenmatig angst aan te jagen. Dat laatste is wat Viruswaarheid de Staat in de kern verwijt.

De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat de Staat zeer uitvoerig is in de informatie die hij geeft. Daarbij merkt de rechter op dat ook de Staat voor het eerst met een situatie als de huidige wordt geconfronteerd en van standaardprocessen geen sprake is. Ook bij de Staat is sprake van voortschrijdend inzicht, wat bijvoorbeeld blijkt uit de steeds verdere ontwikkeling van het coronadashboard.

Bovendien is de door de Staat verstrekte informatie controleerbaar. Dat de overheidscommunicatie tot nu toe feitelijk onjuist, misleidend of bovenmatig angstaanjagend is geweest, is niet gebleken.

Een belangrijk bezwaar van Viruswaarheid tegen de overheidscommunicatie is dat de Staat bij positieve testresultaten termen gebruikt als 'besmettingen', 'infecties', 'gevallen', 'zieken' of 'patiënten'. Hierover oordeelt de voorzieningenrechter dat de Staat in algemene zin over positieve testresultaten niet anders communiceert dan als 'besmettingen'. Het gebruik van de term 'besmetting' is niet onrechtmatig. Dat een klein percentage van de testuitslagen fout-positief is en dat niet iedereen die besmet is met het coronavirus ook zelf besmettelijk is, maakt niet dat het onrechtmatig is om in algemene zin over "besmettingen" te spreken.

Terug naar de tekentafel

Samenvattend oordeelt de voorzieningenrechter dat het gebruik van de PCR-test in overeenstemming is met de voorschriften van de fabrikanten. Ook de communicatie van de Staat over de testresultaten is niet onrechtmatig. Daarom wijst de voorzieningenrechter - niet geheel onverwacht - alle vorderingen van Viruswaarheid af. Viruswaarheid is ongetwijfeld nog niet uitgeprocedeerd, maar zal zich wel eerst moeten bezinnen op nieuwe feitelijke en juridische argumenten.

This document (and any information accessed through links in this document) is provided for information purposes only and does not constitute legal advice. Professional legal advice should be obtained before taking or refraining from any action as a result of the contents of this document.