Twee octrooien voor dezelfde uitvinding?

Dit artikel is geschreven door Sebastien Versaevel en verscheen op 6 juli 2021 De Jurist.

08 July 2021

Publication

In beginsel is het mogelijk dat twee Europese octrooien worden verleend voor dezelfde uitvinding. Deze situatie kan zich voordoen als twee verschillende aanvragers op dezelfde datum een Europees octrooi hebben aangevraagd voor dezelfde uitvinding. Problematisch is echter het geval waarbij twee Europese octrooien voor dezelfde uitvinding worden verleend aan dezelfde aanvrager. Dat is in het algemeen niet mogelijk, hetgeen recent werd bevestigd door de Grote Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau in de beslissing G 4/19.

Verbod op dubbele octrooiering

Als twee Europese octrooien voor dezelfde uitvinding worden verleend aan dezelfde aanvrager, spreekt men van dubbele octrooiering. Dit kan zich in drie gevallen voordoen.

Dubbele octrooiering kan zich voordoen als de Europese octrooien op dezelfde dag werden ingediend.

Daarnaast kan dubbele octrooiering zich voordoen als het ene Europees octrooi van het andere werd afgesplitst. Het mechanisme van afsplitsing werkt onder het Europees octrooisysteem als volgt. Een nieuwe Europese aanvrage wordt ingediend voor een uitvinding die reeds in een eerdere Europese aanvrage werd beschreven. De nieuwe Europese aanvrage (de afgesplitste aanvrage) wordt als het ware afgesplitst van de eerdere Europese aanvrage (de moederaanvrage) en krijgt dezelfde (effectieve) indieningsdatum toegewezen als de eerdere aanvrage. Het primaire doel daarvan is het door middel van de afgesplitste aanvrage proberen te beschermen van een uitvinding die niet door de moederaanvrage wordt beschermd (bijvoorbeeld omdat in de moederaanvrage meerdere uitvindingen werden beschreven en het Europees octrooi daarop verleend volgens het principe van de eenheid van uitvinding slechts betrekking kan hebben op één uitvinding). Als de afgesplitste aanvrage echter voor dezelfde uitvinding als de moederaanvrage wordt verleend, is sprake van dubbele octrooiering.

Tenslotte kan dubbele octrooiering zich voordoen als het ene Europees octrooi de prioriteit inroept van het andere. Vanaf indiening van een eerste Europese aanvrage (de prioriteitsaanvrage) begint een termijn van 12 maanden te lopen, waarbinnen een tweede, latere Europese aanvrage kan worden ingediend. Als de latere Europese aanvrage binnen die termijn wordt ingediend en op geldige wijze de prioriteit inroept van de eerste aanvrage, kan die latere aanvrage voor de beoordeling van de geldigheid ervan een beroep doen op de vroegere indieningsdatum van de prioriteitsaanvrage (de prioriteitsdatum) in plaats van op haar eigen, latere indieningsdatum. Als de latere Europese aanvrage echter voor dezelfde uitvinding als de prioriteitsaanvrage wordt verleend, is sprake van dubbele octrooiering.

De regelgeving rond de verlening van Europese octrooien is gestoeld op het Europees Octrooiverdrag (EOV). Het EOV heeft geen specifieke bepalingen die expliciet dubbele octrooiering verbieden. Wel heeft het Europees Octrooibureau (EOB) eerder geoordeeld dat eenzelfde aanvrager geen legitiem belang heeft bij het verkrijgen van twee Europese octrooien voor dezelfde uitvinding. Het ontbreken van een legitiem belang valt in de hiervoor beschreven eerste twee gevallen in te zien, maar is voor het derde geval minder vanzelfsprekend, zoals hierna wordt toegelicht. Verduidelijking over het al dan niet verboden zijn van dubbele octrooiering in dat laatste geval was derhalve welkom.

Ook verbod op dubbele octrooiering bij Europese octrooien met dezelfde prioriteitsdatum?

Een legitiem belang kan aanwezig zijn bij het proberen te verkrijgen van een later Europees octrooi voor dezelfde uitvinding als het Europees octrooi verleend op de prioriteitsaanvrage. De beschermingsduur van een Europees octrooi is 20 jaar te rekenen vanaf de indieningsdatum (niet de prioriteitsdatum). Het indienen van de latere Europese aanvrage (die prioriteit inroept van de eerste aanvrage en op de prioriteitsdatum beroep kan doen in het kader van de geldigheid) een jaar nadat de prioriteitsaanvrage is ingediend, kan derhalve resulteren in een extra jaar bescherming voor de betreffende uitvinding. In het licht van de eerdere beslissing van het EOB, kan derhalve, gezien het legitiem belang, worden geargumenteerd dat voor dit geval een uitzondering van toepassing zou moeten zijn op het verbod op dubbele octrooiering.

Deze kwestie lag ook aan de basis van de vraag naar verduidelijking over het verbod op dubbele octrooiering aan de Grote Kamer van Beroep van het EOB. De Grote Kamer van Beroep is de hoogste rechterlijke instantie onder het EOV. Haar belangrijkste taak is het zorgen voor een uniforme toepassing van het EOV.

De Grote Kamer van Beroep zag geen reden om onderscheid te maken tussen de verschillende gevallen van dubbele octrooiering en oordeelde in de recente beslissing G 4/19 dat het verbod op dubbele octrooiering zonder uitzondering van toepassing is. Volgens de Grote Kamer van Beroep blijkt uit documenten ter voorbereiding van het EOV dat dit zo was bedoeld. Ook bij Europese octrooien met dezelfde prioriteitsdatum geldt derhalve dit verbod.

Kortom, de Grote Kamer van Beroep van het EOV heeft geoordeeld dat in het algemeen geen twee Europese octrooien voor dezelfde uitvinding kunnen worden verleend aan dezelfde aanvrager.

This document (and any information accessed through links in this document) is provided for information purposes only and does not constitute legal advice. Professional legal advice should be obtained before taking or refraining from any action as a result of the contents of this document.