Ex-werknemer neemt knowhow mee naar nieuw avontuur

Deze bijdrage over de uitspraak van de rechtbank in de zaak iClean – TSG en de schending van bedrijfsgeheimen verscheen op 24 november op De Jurist.

25 November 2020

Publication

Het is een bekend fenomeen: werknemers die om uiteenlopende redenen vertrekken en de bij hun werkgever verzamelde knowhow meenemen naar een eigen bedrijf of nieuwe werkgever. Dit leidt geregeld tot juridisch getouwtrek, bijvoorbeeld over de vraag of de werknemer bedrijfsgeheimen schendt. Daarnaast ontstaat vaak discussie over geheimhoudingsbedingen, oneerlijke concurrentie en intellectuele-eigendomsrechten.

Een rechtszaak waarin al deze aspecten samenkomen is die tussen iClean als eiser, en TSG en een ex-werknemer van iClean als gedaagden. De ex-werknemer is in zijn hoedanigheid van servicemanager – de hoogste technische functie binnen iClean – betrokken geweest bij de ontwikkeling van de zogenoemde “Bionic”, een innovatief waterzuiveringssysteem. Ruim een jaar na zijn overstap naar TSG brengt TSG de “CleanWater” op de markt, een waterzuiveringssysteem dat sterk lijkt op de Bionic. iClean bestrijdt de lancering van de ClearWater op verschillende juridische gronden, waaronder de schending van bedrijfsgeheimen. Volgens iClean “kan het niet anders” dan dat de ex-werknemer bedrijfsvertrouwelijke informatie over de Bionic heeft verstrekt aan TSG.

Met deze stelling refereert iClean aan de Wet bescherming bedrijfsgeheimen van 17 oktober 2018 (hierna: Wbb), die beoogt houders van bedrijfsgeheimen te beschermen tegen de schending daarvan. De Wbb is het resultaat van de implementatie van de Europese richtlijn betreffende de bescherming van bedrijfsgeheimen en is sinds haar inwerkingtreding al verschillende keren voor de rechter ingeroepen. Het geschil tussen iClean en TSG is één van de meest recente voorbeelden hiervan, en wordt op het punt van de bedrijfsgeheimen beslist in het voordeel van TSG.

Op 30 september 2020 wees de rechtbank Rotterdam vonnis. De voorzieningenrechter is van oordeel dat iClean – na betwisting door TSG – onvoldoende heeft onderbouwd dat haar ex-werknemer daadwerkelijk bedrijfsgeheimen aan TSG heeft geopenbaard in de zin van artikel 2 lid 2 en 3 Wbb. De uitspraak laat zien dat vrije concurrentie het uitgangspunt is en dat schending van bedrijfsgeheimen niet snel wordt aangenomen, ook niet wanneer een ex-werknemer bij een concurrerend bedrijf dezelfde producten ontwikkelt en op de markt brengt, zoals in dit geval de waterzuiveringssystemen.

Wanneer is dan wél sprake van schending van bedrijfsgeheimen? Eerst moet worden aangetoond dat de betreffende informatie kwalificeert als een bedrijfsgeheim. Dit is niet vanzelfsprekend. Om van een ‘bedrijfsgeheim’ in de zin van de Wbb te spreken, dient namelijk te worden voldaan aan drie voorwaarden: a. de informatie is niet algemeen bekend of gemakkelijk toegankelijk voor derden; b. de informatie bezit handelswaarde doordat deze geheim is; en c. de houder van het bedrijfsgeheim heeft redelijke maatregelen genomen om deze informatie geheim te houden.

De eerste stap slaat iClean in haar procedure tegen TSG over. Zij gaat ervan uit dat de Wbb van toepassing is, zonder aan te tonen dat de tekeningen, schema’s, onderdelenlijsten, software en andere voorbereidingsmiddelen die aan TSG zouden zijn verstrekt, kwalificeren als bedrijfsgeheimen. Maar dit is niet het enige punt waarop de motivering van iClean tekortschiet. iClean had ook moeten aantonen dat de bedrijfsgeheimen zonder toestemming bij TSG zijn geschonden. Het enkele feit dat de Bionic en de CleanWater uiterlijke gelijkenissen vertonen is volgens de voorzieningenrechter onvoldoende om aan te nemen dat hiervoor bedrijfsgeheime informatie van iClean is gebruikt. Datzelfde geldt voor de betrokkenheid van de ex-werknemer bij de ontwikkeling van de CleanWater. De stelling van iClean dat “een en ander wel hetzelfde zal zijn”, is onvoldoende.

Hoewel de verbodsvordering van iClean uiteindelijk toch werd toegewezen op basis van slaafse nabootsing, heeft zij haar doel niet ten volle bereikt. Slaafse nabootsing gaat immers enkel en alleen over het uiterlijk van een product, en niet over de wijze waarop dat product functioneert. Met andere woorden: TSG kan – zonder te sleutelen aan de techniek – het uiterlijk van haar ClearWater waterzuiveringssysteem zodanig veranderen dat van een slaafse nabootsing geen sprake meer is. Indien iClean een succesvol beroep had willen doen op de Wbb, dan had zij al vóór het vertrek van de werknemer een adequaat beleid moeten hanteren om bedrijfsgeheimen te beschermen. En zelfs dan blijft het de vraag of de ex-werknemer in dit geval ook daadwerkelijk bedrijfsgeheimen van iClean heeft geschonden.

This document (and any information accessed through links in this document) is provided for information purposes only and does not constitute legal advice. Professional legal advice should be obtained before taking or refraining from any action as a result of the contents of this document.