Rechtbank beoordeelt inbreuk op octrooi bij wege van equivalentie
De Voorzieningenrechter Den Haag oordeelt dat ProFloating geen inbreuk bij wege van equivalentie maakt op een octrooi dat gehouden wordt door Ciel & Terre.
Drijvende zonnepanelen: rechtbank beoordeelt inbreuk op octrooi bij wege van equivalentie
De voorzieningenrechter Den Haag oordeelt dat ProFloating geen inbreuk ‘bij wege van equivalentie’ maakt op een octrooi van C&T met betrekking tot drijvende installaties voor zonnepanelen. Dat betekent dat ProFloating haar drijvende zonnepanelen vooralsnog kan blijven verhandelen.
Ciel & Terre (hierna: C&T) is een Franse onderneming die in 2011 een modulaire drijvende installatie voor zonnepanelen heeft ontwikkeld. Zij biedt deze producten wereldwijd aan onder de naam Hydrelio. De Nederlandse onderneming ProFloating verhandelt modulaire drijvende zonnepaneleninstallaties onder de naam FLOTAR.
C&T is houdster van een Europees octrooi dat gericht is op een drijvende installatie voor zonnepanelen met een slimme modulaire opbouw.
Na door C&T op haar octrooi te zijn gewezen, stelde ProFloating voor zich te onthouden van het verder vervaardigen van de ‘oude configuratie’ van haar modulaire zonnepaneleninstallaties - zij heeft daartoe ook een onthoudingsverklaring ondertekend - en enkel nog een ‘nieuwe configuratie’ te verhandelen. Met deze nieuwe configuratie meent ProFloating geen inbreuk te maken op het octrooi van C&T. Volgens de conclusies van het octrooi dient namelijk elk verbindingselement in de zonnepaneleninstallatie drijvend vermogen te hebben, en daar is in de nieuwe configuratie geen sprake van. Er wordt gebruik gemaakt van niet-drijvende verbindingselementen.
Daadwerkelijke beschermingsomvang
C&T is echter van mening dat er desalniettemin sprake is van inbreuk op grond van ‘equivalentie’. De beschermingsomvang van een Europees octrooi wordt namelijk niet strikt bepaald door de letterlijke tekst van de conclusies. De daadwerkelijke beschermingsomvang houdt het midden tussen de letterlijke tekst en hetgeen de octrooihouder, naar het oordeel van de vakman die het octrooi als geheel bestudeert, heeft willen beschermen. Er dient dus op passende wijze rekening te worden gehouden met elk element dat gelijkwaardig (equivalent) is aan de specifiek in de conclusies omschreven elementen.
Dit was de reden voor C&T om in kort geding een verbodsvordering in te stellen tegen ProFloating.
De voorzieningenrechter komt echter tot het voorlopige oordeel dat het beroep van C&T op equivalentie niet slaagt. ProFloating maakt géén inbreuk op het octrooi. De bewoordingen van de conclusies van het octrooi, gelezen in samenhang met de gedachte achter het voorschrift dat alle elementen moeten drijven, laten volgens de rechter geen ruimte voor een interpretatie waarbij voor sommige verbindingselementen het kenmerk ‘drijven’ van ‘elk’ verbindingselement, volledig wordt weggeïnterpreteerd.
Function-way-result
Ook onder toepassing van de bij equivalentie wel gehanteerde function-way-result toets, wordt ten aanzien van de niet-drijvende verbindingselementen - zoals ProFloating die toepast - vastgesteld dat deze zowel in hun functie, als in de wijze waarop zij functioneren en in het resultaat dat daarmee wordt bereikt, anders zijn dan in het octrooi van C&T.
De voorzieningenrechter heeft de verbodsvorderingen van C&T daarom afgewezen en C&T veroordeeld in de kosten van het geding, waarvoor partijen €80.000 hadden afgesproken.









